De informatie op deze website wordt sinds augustus 2016 niet meer geactualiseerd vanwege het opgaan van Innovatie Agro & Natuur (v/h InnovatieNetwerk) in de directie Agro- en Natuurkennis van het ministerie van Economische Zaken.

Project

Het Bomendak

Verwijzingen:

Kunnen we de overkapping van de stal niet laten dragen door levend hout in plaats van dood hout of staal? Dat was de gedachte die ten grondslag ligt aan het experiment met het bomendak. Het idee sluit aan op het concept van de Koeientuin, waarbij een zo natuurlijk mogelijke leefomgeving voor de koe het uitgangspunt is.

Het doel van het bomendak is om het gebouw zoveel mogelijk tot een onderdeel van het landschap te maken. Het moet een verblijfsruimte voor mens en dier zijn in een natuurlijke omgeving, met veel licht, ruimte, schone lucht en veel groen. Van groot belang is ook dat het klimaat beheersbaar is (temperatuur, vocht en wind). De ‘carbonfootprint’ van het gebouw moet zo klein mogelijk worden. Voor de bouw van een gangbare stal en de productie van de bouwmaterialen (beton, steen en ijzer) is zeer veel energie nodig, waarbij veel CO2 vrijkomt. De stal met bomendak legt CO2 vast. En levert zo geen negatieve, maar een positieve bijdrage aan het klimaatvraagstuk

Bedenker Jan Pape over het bomendak:
Het bomendak is gebaseerd op een staande constructie waar folie overheen is gespannen. De folie is (gedeeltelijk) lichtdoorlatend. De staande constructie (een spant in de lengte van de constructie) is in dit experiment uitgevoerd in staal, maar de voorkeur gaat uit naar hout. Aan de zijkanten wordt het folie met spanbanden, in de daklijn, naar beneden getrokken. Waar 2 dakdelen elkaar raken wordt het folie met een gootconstructie en een spanband recht naar beneden getrokken. De goot is demontabel en kan eenvoudig worden gereinigd. In de folie zijn, langs de nok gaten aangebracht waar de bomen doorheen kunnen groeien. Dit verstevigt de constructie en vergroot het natuurlijk aanzicht. De verwachting is dat de bomen na ca. 5 jaar het folie kunnen dragen. Het dragende spant kan dan worden verwijderd en gebruikt worden voor de constructie van een volgend bomendak.

Er zijn nog de nodige vragen voordat duidelijk is of we in de praktijk iets met dit idee kunnen. Het bomendak gaat nu haar tweede groeiseizoen in. De bomen groeien tot nu toe onder het doek uitstekend. De vraag is hoe ze verder zullen ontwikkelen. De verwachting is dat de takken langs het doek zullen afbuigen en dus in de breedte het doek gaan dragen. Een aantal bomen kunnen door de gaten in de nok door het dak heen groeien. Het doek raakt dan als het ware ‘opgesloten’ tussen de bomen. De spanbanden houden het doek op haar plaats, maar we kunnen de spanbanden ook laten vieren naarmate de bomen zich verder ontwikkelen. Uiteraard is een belangrijke vraag hoe lang het doek meegaat en welk type doek het meest geschikt is. Een andere vraag is welke bomen zich het best lenen voor deze toepassing. In deze eerste experimentele opzet zijn zowel beuken, platanen als linden geplant. Wanneer deze eerste vragen zijn beantwoord, kan een experiment met vee onder het dak de volgende stap zijn.


De potentiële voordelen van het bomendak zijn:

  • inpassing in het landschap als bos (een vlies tussen de bomen)
  • aan de binnenzijde een compleet natuurlijke beleving
  • productie van zuurstof
  • natuurlijke geur- en fijnstoffiltering
  • blad en hout van de bomen is recyclebaar tot compost of energiebron
  • bomen koelen de ruimte met 6 tot 8°C
  • weinig of geen uitstoot maar juist opname van CO2 door de bomen
  • levend hout bederft niet. Het heeft geen energie-vragende bewerking en geen behandeling tegen oxidatie nodig. Het heeft een natuurlijke levensduur van 25 tot 100 jaar
  • lage bouwkosten
     
 

 

Innovatie Agro & Natuur, onderdeel van het

Ministerie van Economische Zaken